di12122017

dinsdag 12 december 2017

Je bent hier:Home|Columns|Romy|Grote jongens worden klein

Grote jongens worden klein

Beoordeel dit item
(1 Stem)
kermisSpringen, vreemde mensen aanspreken, schreeuwen, dansen, lachen… Wij dachten dat we een héle stoere jongen in huis hadden. Maar meneer is bijna twee en die stoerheid bladdert langzaam af. Hij hangt ineens het liefst bij papa of mama. Een ruimte vol mensen? Dat is geen zaal vol publiek meer, maar een slangenkuil waar hij even aan moet wennen.


Hé, het is Kermis in de stad. Dat leek ons wel iets voor die stoere jongen, die wij dachten in huis te hebben. Het eerste wat we zien: een clown. Een pruillipje en daarna een enorm geschreeuw. De clown kan niet op de goedkeuring van onze zoon rekenen. De aardige meneer trekt alles uit de kast, praat vrolijk en tovert met ballonnen. Ondertussen schreeuwt Mees ‘huis, huis’.  Een erg vreemde uitspraak voor een kind dat het liefst buiten zou wonen.

Haastig maken we ons uit de voeten en proberen een afleidingsmanoeuvre te vinden. Met een schreeuwend kind door de menigte, dat was nou niet echt wat we ons van dit uitje hadden voorgesteld. Vriendlief zit een gok-kraam en besluit zo’n leuke Ernie voor zoonlief te gaan winnen. Niet dat het hem ooit is gelukt om met zo’n grijphand een knuffel naar boven te toveren, maar wie weet… Zodra de glimmende mechanische hand naar het hoofdje van de schattige knuffel rijkt, wordt Mees helemaal hysterisch. Hij rent gillend weg. Wij kijken elkaar verbaasd aan. Tot nu toe is de kermis een groot fiasco.
Ik ga even met Mees op een bankje zitten en probeer hem op zijn gemak te stellen. Hij blijft maar ‘eng, eng’, zeggen. Tja, clowns zijn misschien ook wel een tikkeltje eng. “Kom”, zeg ik. (Waarop Mees tegenwoordig dan wel weer heel dapper: ‘Ja, kom maar!’, zegt) “We gaan naar de auto’s.” Gelukkig blijkt dat een schot in de roos. Heel trots zit hij achter het stuur. Papa zit opgepropt in het karretje naast hem. Voordat de rit begint, wordt hem verteld dat hij bij het bruggetje wel even moet bukken. “Dat ding gaat veel harder dan ik dacht”, roept hij me toe. Hij moet zich helemaal dubbelklappen om niet met zijn hoofd tegen het bewuste bruggetje te klappen. Angstig kijkt hij mijn kant op.

Tja: die mannen. Energiebommen die heel de dag vrolijk rond stuiteren en nergens bang voor lijken. Maar uiteindelijk hebben ze inderdaad een heel klein hartje. Even later wil mijn zoon mijn hand vast houden, ook nog nooit gebeurd. Tja, het heeft ook wel iets, zo’n kleine grote jongen.



Romy is moeder van zoon Mees (23 april 2012), mede-eigenaar van het tekst- en communicatiebureau TextVast

Lees meer columns van Romy

Andere leuke columns:

Mama is geen mama meer

Controlfreak

Flauw zeg!

Traktatiegekte

Mijn kind wordt gepest

Vacature ouder/verzorger

Co-ouderschap

Zwanger solliciteren

Huilbaby

Altijd checken!