Er zijn drie soorten avontuur:
1. Kuieren
Als ik niet te moe ben, en we willen (nou ja, ik wil) lekker een ijsje eten of even een boodschapje bij de winkels in de buurt doen, dan gooi ik Karel simpelweg over mijn schouder en loop ons huis uit. Hij loopt stukjes aan de hand, of tegen een bankje, en wil dan weer worden gedragen. We bekijken de fontein en de duiven of gaan naar de kloostertuin: door het doolhofje, struiken en de oude muur aanraken en door het grindpad stampen. Dan nog een boodschap en dan weer naar huis.2. Wandelen
‘Mama.’ ‘Mama is op het werk, lieverd.’ ‘Btram!’ ‘Nee Karel, je hebt net al wat gehad.’Karel zit in de kinderwagen en kijkt om zich heen. Soms stuitert hij wat op en neer, maar meestal is hij gewoon stil. Soms maakt hij een mantraatje: ‘rrrrrrrrrrrrrrr’ of ‘mmmm-mmmm’. Soms doet hij ‘het gesprek’, dat gaat als volgt: ‘papa?’ ‘ja Karel’ ‘papa?’ ‘ja Karel’ ‘papa?’ ‘ja Karel’ ‘habldbl ldldok laerjbn.’ ‘aha’.
Ik probeer de wandelingen wat af te wisselen, maar heb toch ook mijn lievelingsroutes: zo ver mogelijk van het drukke verkeer en met zoveel mogelijk groen. Omdat de Roer door de stad loopt en uitkomt op de Maas en de Maasplassen, zijn wandelingen langs het water wellicht mijn favoriet. En ook van Karel. Duiven in de stad vindt hij geweldig, en eenden in het water ook. ‘Ka ka’ zei hij op een dag, wijzend naar de eendjes. En sindsdien zijn ka ka eendjes.
De laatste tijd zijn ook kleinere vliegende dieren interessant. Zo wees hij mij pas een zwarte roodstaart aan, en ik hem een beekjuffer, een puttertje, een groenling en een tjiftjaf. En ook mussen zijn er genoeg langs de Roer. Meestal gaan we niet te ver weg, en zijn we zo weer thuis.
3. Fietsen
Het grootste avontuur is de fietstocht. Dat het een groot avontuur is, heeft meerdere redenen: ten eerste kan ik de mij nog onbekende natuurgebiedjes verkennen, ten tweede komen we aan Karel nog onbekende speeltuintjes tegen en ten derde verdwaal ik vaak.
Samen kijken we onze ogen uit als we weer bijzondere planten en dieren zien (ik) of als er veel vogels zingen, kwetteren, vliegen en baltsen (Karel). Ik zing kinderliedjes, waarop Karel zo hard schudt dat de fiets bijna uit balans raakt. Ik klets, Karel wijst. Dan komen we een speeltuin tegen en roept Karel ‘die!’. We stappen af en Karel probeert alle wipkippen uit – samen gaan we op de schommel. We gaan weer op de fiets, het wordt warm, we hebben honger en ik verdwaal. Bezweet komen we een uur later thuis.
Thuis gekomen plof ik neer en kijk hoe Karel verder avonturiert met zijn muis door het huis.
***
Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)
Meer columns van Pieter Brouwer
Meer columns van andere columnisten
Ga hier naar de zwangerschapskalender
Ga hier naar informatie over babykamertrends, babyuitzet en de kosten daarvan



Het is weer heerlijk lenteweer! Toen het nog zo regenachtig was en koud, bleef ik soms maar binnen zitten met Karel. Karel vroeg nog vaak veel aandacht, dus op zulke regenachtige dagen bleef ik bezig met hem door de kamers en de gangen te zeulen. Hij wilde afwisselend worden gedragen, aan de handjes lopen en zelf kruipen. Zeker als ik al moe was en Karel onrustig, kon dat erg vermoeiend zijn. De dagen dat hij meer zelf wilde spelen, of het goed vond dat ik een boek las op de bank, waren dan weer wat minder vermoeiend.





