di12122017

dinsdag 12 december 2017

Je bent hier:Home|Columns|Pieter Brouwer|Papkindje

Papkindje

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

kareleet1.jpgOns kind eet. En eet goed. Mijn vrouw en ik waren als klein kind slechte eters, en eigenlijk zitten allebei onze familiegenen vol ieligheid, ziekelijkheid en zwakheid. Ook zijn wij beiden niet de grootste. Een soort (ondervoede) familie hobbit was dus wel te verwachten. En ja, Karel bleek een groot hoofd te hebben en korte beentjes. Hij was licht (te vroeg geboren) en had een slechte huid, spuugde en leek last te hebben van een allergie. Allemaal in de lijn der verwachting.

 

Maar het duurde niet lang voor hij zich begon af te zetten tegen zijn ouders: hij groeide en groeide en groeide – en blijft groeien, zodat we nu bang zijn dat hij ons vandaag of morgen al boven het hoofd groeit (al is zijn hoofd nog steeds even groot als zijn benen, en zijn die even kort als zijn hoofd). En op een dag was ook de smet weg, en de eczeem, en het gespuug leek zelfs voorbij. Aha, dat kon allemaal zo zijn, maar hij kreeg nog steeds alleen melk, puur natuur. Bij het overgaan naar vaste voeding zou vast blijken dat hij zijn familie eer aandeed en alles zou weigeren en/of uitspugen.

Na zes maanden was het dan zover: zijn eerste ‘vaste’ voeding in de vorm van pap. Hij brulde en wrong zich in alle bochten om de pap te vermijden. En ook de tweede poging was een groot gevecht. Maar hij kreeg toch wat binnen. De derde keer al leek hij zich gewonnen te geven en at braaf zijn pap. Elke dag meer. Meer en meer. En meer, tot hij was uitgegroeid tot een echt papkind. Met de groenteprakjes ging het overigens net zo: eerst even drama en dan gewoon eten. Hij eet nu zelfs broodkorsten, fruit en af en toe vlees. Alles gaat er in, en veel. Zijn mond gaat wagenwijd open als hij eten in de buurt bespeurt.

We begonnen op een gegeven moment toch ernstig te twijfelen en groeven in onze herinneringen: hoe was dat toen gegaan in het ziekenhuis na de bevalling? Hadden we dan per ongeluk toch de verkeerde meegenomen? Of waren de dwergen langsgekomen, en hadden we een wisselkind? Nee, dat kon ook niet, want daar groeide hij te hard voor.

Het steeds grotere aandeel vast voedsel betekent echter ook dat Karel nu steeds minder melk krijgt. En dan moet hij natuurlijk naast het eten wel meer drinken, zoals water en binnenkort kunstmelk en sap. Maar hij weigert de fles. En de beker. En eigenlijk bijna alle mogelijke andere methoden. Dat wil zeggen: hij speelt ermee en het water vliegt alle kanten op; als het in zijn mond komt, loopt het er weer net zo hard uit. We hebben nu wel een raar soort lurkflesje gevonden met een soort rietje waar hij wél enigszins gecontroleerd uit drinkt, maar makkelijk gaat het niet. De pap wordt nu aangelengd met extra melk, en ook door het andere eten gaat extra water of melk.

Misschien is het dus toch een kind van ons. Wie weet.

Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)

Meer columns van Pieter Brouwer

Meer columns van andere columnisten