Geklaag, ik weet het. Gelukkig is er ook alle reden om blij te zijn. Karels ontwikkeling gaat, zoals ik al eerder schreef, met sprongen vooruit. Een van de leukste uitvloeisels daarvan is wel dat hij steeds meer echt speelt – anders dan alleen dingetjes pakken en op de grond gooien of aan je haren trekken. Er zijn met name twee dingen die Karel heeft verwerkt in zijn eigen spellen:
1. Het Grote Wijzen
Karel maakt er sinds kort een sport van naar alles te wijzen. Soms is het de vraag wat hij met dit wijzen wil – bijvoorbeeld wanneer hij een voorbijganger met strakke blik nawijst (en ik hoop dat deze persoon zich niet al te veel geïntimideerd voelt door onze dreumes).
Soms wijst hij iets aan omdat hij het wil hebben – dit gaat gepaard met opengesperde ogen, gehijg en ontblote tanden en vaak ook met de woorden ‘die! die!’. Vanmiddag kreeg hij het voor elkaar dit in een café te doen bij twee jonge vrouwen (‘Kijk Loes, hij wil jou,’ zei er een). Niet heel raar, aangezien hij eigenlijk alles wil hebben de laatste tijd.
Dan is er nog het blije wijzen. Op zijn gezicht tekent zich dan één en al verrukking af en hij roept dan ‘jeej!’. Hij wijst in die gevallen naar een plaatje dat hij mooi vindt, een favoriete pop of een tl-lamp.
Ten slotte is er nog het wijzen met het bijbehorende woord ‘papa’. Dit doet hij soms als hij mij ziet (gelukkig niet altijd, dan was hij z’n stem kwijt geweest), als hij een foto van mij ziet, als hij een foto van oom Joris ziet, of een foto van een groep Tibetanen (op onze verantwoorde maandkalender), of een plant.
2. Het Grote Bevestigen
Volgens de boekjes is een van de eerste woorden van dreumesen ‘nee!’. Niet bij onze positief ingestelde Karel; het meneertje kent (naast enkele dierengeluiden) de woorden ‘mama’, ‘papa’, ‘die’ en ‘ja’. Meestal wordt het uitgesproken als ‘ja-ja’ (met de stembuiging als in ‘ja ja, nu weet ik het wel, hoor!’). Hij doet dit op allerhande filosofische en niet-filosofische momenten.
(‘Nee’ kan hij nog niet zeggen, al kan hij zeer hard nee-schudden, bijvoorbeeld als hij geen eten meer wil, of als je het verkeerde aangeeft nadat hij heeft gewezen en ‘die!’ heeft gezegd.)
Verder speelt hij gewoon lekker met boekjes (bladeren!), poppen (goed om zoentjes aan te geven, te knuffelen en te gebruiken als monddoekje), autootjes, sinterklaassurprises (zie foto), duplo (gooien en tegen elkaar slaan), bakjes (gooien en tegen elkaar slaan), flesjes (gooien en tegen elkaar slaan), elk ander voorwerp (gooien en tegen elkaar slaan), en trommeltje / xylofoon / piano (musiceren). O ja, en papa’s gezicht (martelen).
Eigenlijk speelt hij met van alles en op allerlei manieren, en het is heerlijk om naar hem te kijken als hij verdiept is in zijn gespeel en even vergeet dat hij de hele dag jammerend achter papa aan hoort te kruipen. Soms betrekt hij papa er bij of klapt hij zelf trots in de handen.
Ik kan niet wachten tot hij nog meer kan, en ik de loco, de voorleesboeken en de lego van stal kan gaan halen! Jeej!
***
Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)




Mijn mailbox en Tweetdeck stroomden vorige week vol met berichtjes van mensen die klaagden omdat ze óf ergens in Nederland met de trein waren gestrand óf (samen met de kinderen) ziek waren. Karel en ik behoorden zelf tot die tweede groep. Het was even schrikken toen het mannetje apathisch in mijn armen hing met 39,5, maar gelukkig was dat snel voorbij (anders dan het gesnotter, gehoest en gehuil). Zelf was ik behoorlijk verkouden en geloof me – met een ziek kind erbij is dat drie keer zo vermoeiend dan normaal.






