‘Zij heet Floris’, zo meldde hij stellig.
Onze reactie, poeslief: ‘Nee, Job. Een neefje is sowieso een ‘hij’. Dat hadden we toch al eens uitgelegd?’
‘Ooh, ja’, was zijn norse repliek. Hij kreeg een smal mondje en trok daarbij ook nog eens een besmuikt pruillipje.
Maar goed, toen de naam Floris helemaal geïntegreerd was, kwam de volgende hobbel.
Bij de kinderopvang vertelde Job de afgelopen weken erg veel over de dikke buik van zijn tante in het bijzonder en zijn aanstaande neefje Floris in het bijzonder. Hoe vaker hij die daadwerkelijke naam noemde, hoe meer vraagtekens er boven de hoofden van zijn juffies groeiden.
‘Is je tante al bevallen, dan?’
‘Ja’, zei hij dan stellig.
‘Hè?? Ze was toch veel later uitgerekend?’ Extra trosjes vraagtekens verschenen ineens boven de hoofden van de juffies.
‘Maar Job, heeft ze dan nog steeds zo’n dikke buik?’, vroegen ze nieuwsgierig.
‘Ja’, meldde hij dan kortaf.
Wij kregen vervolgens de vraag terug of zwangere (schoon)zus en zwager al bevallen waren.
‘Nee’, zeiden we verbaasd. ‘Ze is toch pas veel later uitgerekend?’.
Toen de juffies van Job vervolgens over Floris vertelden, alsof (schoon)zus en zwager al weken niet meer zwanger waren, hadden wij er weer een uitdagende terugkoppeling bij. Diezelfde avond volgde er dus een nieuw omkoopijsje. ‘Als de baby geboren is, dan heet hij zeer waarschijnlijk geen Floris. Dat is natuurlijk een leuke naam, Job. En dat vinden (schoonzus) en zwager vast ook. Maar mogen ze zelf geen naam verzinnen? Is dat niet veel leuker?’
Job gaf uiteindelijk schoorvoetend toe.
Maar af en toe vergat hij het weer. Ook tijdens een recent etentje met de hoogzwangere hoofdpersoon en haar ongeboren vrucht in kwestie, had Job het steeds over Floris.
Zijn hoofdje op de bolle buik: ‘Oh! Ik voel Floris!’ Zijn handje wijzend naar (schoon)zus: ‘Floris, je schopt! Dat doet auw!’
Wederom sprongen wij in de bres voor (schoon)zus en co. ‘Eehm, Job… er zijn toch veel meer jongensnamen dan Floris? In die namenboekjes staan best leuke alternatieven, toch?’ En daar liep hij weer mokkend weg.
(Schoon)zus en zwager zijn één dezer dagen uitgerekend. Spannend! We gaan het allemaal meemaken. Er is natuurlijk een kleine kans (ongeveer 2 procent, dacht ik) dat het stiekem tóch een meisje wordt. Sterker nog: misschien noemen ze haar dan wel Floris. In dat geval zou er één iemand heel erg blij zijn. Zo veel is zeker…
Dennis Dekker, vader van Job (11 augustus 2008)
Andere columns van Dennis Dekker
Andere leuke columns:
Post zwangerschapsgarderobe
Thee- en suikerzakjessorteercentrum
Klagen mag!
Moederschap en ontspanning
Ode aan
Kinderpartijtje hoera, of toch niet?




Toen zoonlief ruim een half jaar geleden te horen kreeg dat zijn aanstaande, tot dan toe geslachtsloze, familielid ineens een neefje bleek te worden, werd hij kwaad. ‘Ik wíl een nichtje’, zo meldde hij furieus. ‘En anders niet.’




