Home Persoonlijke verhalen ISCI: Zwanger na eerste behandeling

ISCI: Zwanger na eerste behandeling

E-mailadres Afdrukken PDF

Nicklachen.JPGKinderen neem je niet, die krijg je. Ik heb zelf ondervonden dat deze uitspraak maar al te waar is.

Altijd heb ik al geweten wat ik wilde later: moeder worden. Er leek mij niks leukers en mooiers op deze wereld dan het krijgen en grootbrengen van een kind.
Als meisje van twaalf zei ik al dat ik dacht dat dit voor mij niet vanzelf zou gaan. Want je grootste droom, die zou vast nooit zomaar vanzelf uitkomen, daar moest je moeite voor doen; voor vechten! 8 juni 2009 was daar de dag. Het grote moment: ik zette mijn eerste hormoonspuit. We waren begonnen met ICSI. Allerlei papieren waren ondertekend; hoe lang de ingevroren zaadcellen bewaard zouden worden en wat er daarna mee zou gebeuren, wat er met eventueel ingevroren eitjes en/of embryo’s zou gebeuren en of ons “restmateriaal” (onbruikbare zaad- en eicellen en embryo’s) gebruikt mocht worden voor onderzoek. Twee weken lang heb ik uitsluitend Decapeptyl gespoten; hiermee werd mijn eigen cyclus stilgelegd. 22 juni moest ik daarnaast ook Puregon gaan spuiten, een hormoon om eitjes te rijpen. Bijna een maand later, op 2 juli, moest ik de laatste keer Decapeptyl spuiten, (geen Puregon meer) en een eenmalige toediening van Ovitrelle. Dit hormoon zou ervoor zorgen dat mijn eisprong zou plaats vinden. Na diverse tripjes naar het ziekenhuis in Rotterdam, in onze woonplaats was ICSI behandeling niet mogelijk, om door middel van echo’s te kijken hoe mijn eitjes rijpten, was daar het moment waar ik zo tegenop had gezien: de punctie. Op zaterdag 4 juli werd met een naald door mijn baarmoeder heen geprikt om de eiblaasjes op mijn eileiders “leeg te zuigen”. Dat deed gemeen pijn! Ze hadden zes grote eiblaasjes gevonden. Er moest nog bekeken worden hoeveel eitjes daar daadwerkelijk uit zouden komen. Dat bleken er drie te zijn. Ik was erg teleurgesteld, want de meeste vrouwen hadden tussen de vijf en tien eitjes, was ons eerder verteld. Ze waren begonnen met wat zaadcellen te ontdooien, maar het zag er niet al te best uit. De kwaliteit was erg zwak. We mochten naar huis, maar zouden nog gebeld worden, wellicht was het nodig dat mijn vriend terug moest komen om nieuwe zaadcellen af te geven.
Gelukkig kreeg ik een paar uur later een telefoontje: het was gelukt, alle drie de eitjes waren bevrucht. Nu was het een paar dagen in spanning afwachten of de embryo’s zich goed zouden gaan delen.
De dag erop kreeg ik weer enorme buikpijn, dus belde ik met het ziekenhuis. Zolang ik geen koorts erbij had, was het nog niet zo erg, ik moest een paracetamol nemen en afwachten. Wel kon de arts in kwestie mij al vertellen dat er één embryo was afgevallen; de cellen waren gestopt met delen. Ik zou maandag of dinsdag gebeld worden om te horen of er een terugplaatsing zou komen en wanneer die dan was.
De volgende dag werd ik inderdaad gebeld, er was een terugplaatsing! Toen ik vroeg of ze mij kon vertellen of er nog één of twee over waren, kon de assistente mij daar geen antwoord op geven. Ze wist alleen dat er een terugplaatsing was, en wel de volgende dag.
Dus dinsdag ochtend zaten we weer in Rotterdam. Er was maar één embryo over. Na de terugplaatsing op 4 juli moest ik vijftien lange dagen wachten. Op 19 juli zou ik namelijk pas een zwangerschapstest mogen doen, als ik tot die tijd niet zou gaan vloeien. Ik kreeg nog wat hormoontabletjes mee die ik dagelijks in moest brengen om de aanhechting van het embryo te bevorderen.
Meerdere keren per dag ging ik met het lood in mijn schoenen naar het toilet, ‘zou het mis zijn gegaan?’ spookte er constant door mijn hoofd. Maar 19 juli brak aan, en ik had nog geen druppel bloed verloren. Ik had mijn wekker gezet en om zeven uur ’s morgens deed ik mijn zwangerschapstest. Een hele duidelijke controle streep en een nauwelijks waarneembaar teststreepje verschenen. Was ik nu zwanger of niet? Een bevriend stel, met kind, kreeg een mms van de zwangerschapstest. “Is deze positief?”. “Ja hoor, die is zeer zeker positief, van harte gefeliciteerd!” kregen we terug. Maar we konden het allebei nog niet geloven. Toch hebben we onze ouders ingelicht. Het bevriende stel kwam ook nog even langs. Ons verzoek was of ze nog een zwangerschapstest mee konden nemen. Ook op deze test verscheen een licht streepje. Mijn vriend wilde het pas geloven toen ik de volgende dag bij de huisarts een positieve test deed. Ik was echt zwanger! Na de eerste poging!

De eerste 20 weken voelde ik niks bewegen in mijn buik en was ik elke dag bang dat het alsnog mis zou gaan. Toen begon ik langzaam aan steeds vaker een schopje of duwtje te voelen. Ik had ook nog de “pech” dat mijn placenta aan de buikzijde lag, waardoor ik dus later en minder duidelijk beweging zou voelen, dan bij vrouwen die de placenta aan de rugkant hadden liggen. Pas toen het bewegen echt duidelijk werd, kon ik me een beetje gaan ontspannen en maakte ik me iets minder zorgen. Maar dan waren er weer de momenten dat ik niks voelde en schoot ik meteen weer in de stress. Met 30 weken zwangerschap werd ik doorverwezen naar de gynaecoloog. Ik had zwangerschapsdiabetes en zou voor verdere controle bij de gynaecoloog lopen en moest ook in het ziekenhuis bevallen. Direct na de bevalling wilden ze de suikers van mijn baby controleren.

27 maart 2010 was ik uitgerekend. Op 26 maart om kwart over vijf in de ochtend braken mijn vliezen. Ik heb direct het ziekenhuis gebeld en mocht om twaalf uur komen, tenzij ik een uur lang weeën om de vijf minuten zou krijgen. Ik kreeg pas tegen acht uur ’s morgens weeën, maar wel direct hele heftige pijnlijke. Ik was al een paar keer in het ziekenhuis geweest omdat ik al anderhalve week met voorweeën liep, die soms ook erg pijnlijk waren. Tien voor twaalf meldde ik me bij de balie van de verloskamers. Ik moest plaats nemen in de wachtkamer! Daar zat ik dan, met vruchtwater wat vrolijk doorstroomde en pijnlijke weeën, in de wachtkamer. Na twintig minuten lekte het vruchtwater door het maandverband heen en stroomde het langs m’n benen. Ik ben terug naar de balie gelopen en zei dat ik nu toch echt graag geholpen wilde worden. Ik mocht naar een verloskamer en werd gelijk aan de CTG gelegd. 
Er kwam een verloskundige bij me kijken, een draak van een mens. Ik moest me niet zo aanstellen, want ik had pas één centimeter ontsluiting en het zou straks pas echt pijnlijk worden. Ik mocht de pijn, die ik volgens haar niet eens had, niet meer wegpuffen en moest normaal ademen en maar een douche gaan nemen. Dat heb ik gedaan en toen om half één mijn vriend in het ziekenhuis kwam, hij was gewoon gaan werken omdat we toch niet wisten hoe lang het nog ging duren, is hij na overleg met mij, gelijk om een ruggenprik gaan vragen. Ik had zo ontzettend veel pijn en ik was heel erg moe. Het was op het moment erg druk in het ziekenhuis waardoor ik pas om zeven uur ’s avonds eindelijk mijn zo gewenste ruggenprik kreeg. Ik kreeg er ook direct weeënopwekkers bij en een katheter. Na nog een heleboel weeën en uiteindelijk een weeënstorm gevolgd door 53 minuten persweeën, had ik op 27 maart om 1:08 ’s nachts mijn zoon Nick, 3945 gram zwaar, in mijn armen. Op de uitgerekende datum!
Een kraamweek met vier verschillende kraamverzorgsters, een urineweginfectie die pas aan het eind van de kraamweek opgemerkt werd en een moeizaam verlopende borstvoeding volgde. Van de huisarts kregen we nog medicijnen voor spruw, terwijl Nick helemaal geen spruw had. Gelukkig heb ik het nooit gebruikt, maar heb ik de dag na het bezoek aan de huisarts de verloskundige gevraagd naar Nick te kijken. Zij constateerde dus inderdaad dat er geen sprake was van spruw. Ik ben meteen van huisarts verandert.

Inmiddels zijn we ruim vier maanden verder. Nick is een vrolijk, makkelijk mannetje. Mijn vriend en ik prijzen onszelf elke dag meer dan gelukkig met ons mooie kleine grote wondertje. Wie had dat, ruim een jaar geleden, gedacht. Dat we na één poging onszelf al de trotse ouders van zo’n mooi, lief mannetje mochten noemen.
Er staat ons sowieso nog iets te wachten. Eén van Nick zijn balletjes is niet ingedaald en daar zal hij naar alle waarschijnlijkheid aan geopereerd worden. Ik hoop dat ons geluk nog lang niet is uitgewerkt en dat ook dit helemaal goed zal komen.


Voor we met de behandeling begonnen kregen we nog wat cijfers voorgeschoteld:
50% van alle stellen die met vruchtbaarheidsbehandelingen begint, blijft na 3 pogingen kinderloos.
25% is de slaagkans per ICSI poging, bij IVF is dit 20% en bij IUI 10%. Normaal gesproken heeft een stel elke maand opnieuw 15% kans op zwangerschap.

Irene, moeder van Nick (4 maanden oud)

Lees hier meer persoonlijke verhalen.