Er wordt maar weinig gebruik gemaakt van formele kinderopvang. Slechts 13% van de gezinnen maakt gebruik van formele kinderopvang zoals een kinderdagverblijf of een gastoudergezin. In bijna een derde van de gezinnen past familie (vooral grootouders) of bekenden op de kinderen. In totaal maakt 61% van de gezinnen helemaal geen gebruik van formele of informele kinderopvang.
10 Feiten uit het onderzoek Moeders over werk en kinderopvang op een rij:
- Slechts in 13% van het aantal huishoudens wordt gebruikt gemaakt van formele kinderopvang.
- In 31% van alle huishoudens in dit onderzoek passen familie (vooral grootouders) of bekenden op de kinderen.
- In 61% van de huishoudens met kinderen tot en met 12 jaar wordt geen gebruik gemaakt van (in)formele kinderopvang.
- Ook van de werkende moeders met een kind van 0-3 jaar maakt een kwart geen gebruik van opvang (werktijden worden met partner afgestemd).
- Van de werkende moeders met schoolgaande kinderen is dit zelfs ruim de helft.
- Als wel gebruik gemaakt wordt van opvang, is dat voor gemiddeld twee dagen per week.
- Huishoudens met nog niet schoolgaande kinderen maken vaker gebruik van formele opvang dan huishoudens met kinderen op de basisschool (24% versus 7%).
- Meer dan de helft van de moeders vindt dat een kind het beste altijd door de eigen ouders kan worden opgevangen.
- De huidige kosten van kinderopvang vormen nauwelijks een belemmering om te gaan werken. Gemiddeld genomen beslaan de opvangkosten een kwart van het inkomen van de vrouw en een tiende van het huishoudinkomen.
- Uit ander SCP onderzoek blijkt dat de opvattingen van vaders over de zorg voor kinderen vergelijkbaar zijn met die van moeders.
Bron: Sociaal Cultureel Planbureau, Hoe het werkt met kinderen. Moeders over kinderopvang en arbeidsparticipatie (2006).






