Artikelen
New Kid In Town wordt echte man
- Gegevens
- Hoofdcategorie: Columns
- Gepubliceerd op woensdag 15 september 2010 10:42
Op het moment dat de zoon leuk gaat vinden wat zijn vader al jaren waardeert, dan wordt hij een echte man. Die conclusie trok ik toen ik onlangs het nummer New Kid in Town van The Eagles voorbij hoorde komen.
De song, afkomstig van het album Hotel California uit 1976 is het favoriete nummer van mijn vader. Mijn pa, nog immer groot Eagles-fan (naast de band overigens ook van de voetbalclub: what’s in the name!) draaide de desbetreffende lp vroeger erg vaak. Hij vertelde te pas en te onpas aan Jan en alleman dat New Kid in Town zijn favoriete nummer was.
Tja, en op een gegeven moment kon het niet anders dan dat ik dat aalgladde (geen kritiek hoor, meer een feitelijke constatering) nummer ook ging waarderen. Al week onze smaak tegelijkertijd ook een beetje af. Wat mij betreft waren Life In The Fast Lane (een rauw nummer van nieuweling Joe Walsh) en The Last Resort (een schitterend, episch nummer van Don Henley waaraan Glenn Frey uiteindelijk ook zijn compositorische bijdrage leverde) juist absolute hoogtepunten van de plaat. Maar laat me tegelijkertijd ook eerlijk zijn, in feite ging ik alle nummers van deze LP geweldig vinden. Zelfs dat enigszins grijsgedraaide titelnummer. Daarbij komt: het resultaat van dit best verkochte studioalbum van The Eagles is helemaal geweldig als je weet hoeveel bergen drugs Don Henley, Glenn Frey, Don Felder, Randy Meisner en Joe Walsh er op dat moment door heen snoven en rookten. De makers zelf waren klaarblijkelijk minder aalglad dan hun composities. Maar goed, ik dwaal af, da’s weer een heel ander verhaal.
Ter zake, dus. Mijn eigen zoon, overigens al een tijdje geen New Kid in Town meer, gedraagt zich nu al hetzelfde, als ik indertijd. En ik gedraag me nu hetzelfde als mijn vader toen deed. Want natuurlijk ben ik razend enthousiast over mijn roomwitte Kever uit 1983. Dat mogen Jan en Alleman te pas en te onpas weten. En zoonlief schreeuwt het eveneens uit wanneer hij KB-67-PL ziet staan: täfûh, täfûh, papa, broembroem! Sterker nog: het komt wekelijks meerdere keren voor dat we even de garage in moeten om de Kever aan te raken, te zoenen, te strelen of te starten.
Daarnaast draagt hij met zichtbare trots en genot enkele Beatlesshirts (‘Bies’). Ook vindt hij mijn gitaren (Taar, taar!) geinig. Om naar te kijken, dan hè. Want zodra ik gitaar ga spélen, dwaalt zijn aandacht verrekte snel af. Mijns inziens een smetje op z’n blazoen dat hij zeer waarschijnlijk van z’n moeder geërfd heeft. Of z’n smaak wijkt een beetje af, dat kan natuurlijk ook.
Ook lp’s draaien is nu al een grote hobby van Job. Als ik iedere maandag samen met hem thuis ben, mag hij ze steevast uitkiezen. Dat dit negen van de tien keer The Joshua Tree van U2 is, is niet heel gek. De letter ‘U’ staat bij hem op ooghoogte. De andere keren, loop ik met hem mee en til ik hem voor een willekeurige kant van de platenkast. Job selecteert dan ‘geheel toevallig’. Feitelijk enkel naar aanleiding van de ruggen van de hoezen.
Soms komen daar ronduit verrassende opties uit. Leidde hij mij onlangs al naar de fantastische live-plaat van Ike en Tina (Olympia, Parijs, 1971), recentelijk kwamen ook parels van de Tröckener Kecks, Sam & Dave, AC/DC, Camel, Gary Numan (nee, ik schaam me hier niet voor) Stevie Wonder, The Smiths, Wings, Pink Floyd (ik geef toe, hier stuurde ik zijn handje), Duran Duran, Roxy Music, Talking Heads, The Outsiders, (een symfonie van) Smetana, Doe Maar en Van Halen tevoorschijn.
Getuige de twinkeling in de ogen als de naald in de groef gezet wordt, blijkt wat mij betreft daadwerkelijk dat hij leuk vindt, wat zijn vader al jaren waardeert. Maar toen Job pas geleden, on top of it all, Hotel California van The Eagles uit de platenkast griste, werd onze eigen New Kid In Town in één klap een echte man. En was een nieuwe column zeer snel geboren.
Dennis Dekker, vader van Job (11 augustus 2008)










