
Ooit had ik een woensdagmiddagclubje opgezet voor kinderen uit de buurt (ik woon in Amsterdam) en het hoogtepunt ter afsluiting was een tripje naar de geitenboerderij in het Amsterdamse bos. Daar kun je zelf geiten een flesje geven, er lopen kippen, een varken, een paard, een paar koeien. Op 1 of 2 na, liepen de kinderen allemaal gillend van angst rond. Ze hadden nog nooit (boerderij)dieren in het echt gezien, hadden geen huisdieren en wisten niet hoe hard ze weg konden rennen.
Elk kind wil een huisdier. Soms begint het al als ze net kunnen praten, soms komt de wens als ze bij andere kinderen thuis dieren zien. Afhankelijk van waar je woont, zien kinderen honden, katten, hamsters, parkieten, geitjes, een pony of soms een leguaan of een fret. Een vierjarige zegt niet snel: “Mama, ik wil een chinchilla!” Meestal wensen ze vurig: “Ik wil zoooo graag een hond, ah, mag 't mama?”




