Van thuis werken komt de laatste tijd niet erg veel. Ik hoef andere ouders vast niet te vertellen dat dag in dag uit met een dreumes samenzijn erg vermoeiend is. Karel heeft nog maar één slaapje overdag. In die slaaptijd van (hopelijk) zo’n ruime twee uur prop ik werkjes als de afwas, de was ophangen, schrijven, lunchen en – vooruit – ook even uitrusten. Het komt nogal eens voor dat zodra ik op de bank neerplof met een mok koffie de babyfoon overgaat: dingdong – papa, ik ben wakker!
Waarom is Karel zo vermoeiend? Aan de oppervlakte gaat het om veel gedrein en gehuil, niet alleen willen spelen, in paniek krijsen als ik de deur dreig uit te gaan en aan papa’s broekspijpen hangen.
Maar het is niet eerlijk om het mannetje zo negatief neer te zetten. Hoe moet hij weten dat papa terugkomt als hij de deur uit loopt? Hoe moet hij snappen dat papa even een keer niet met hem wil spelen maar echt even een klusje moet doen? En hoe moet hij toch duidelijk maken als hij iets wil dat hij nog niet kan uitleggen?
Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen: ‘wat heerlijk, zo’n leven als dreumes – je krijgt vanzelf je eten, mag de hele tijd spelen en slapen, je hoeft nog niks te doen.’ Zulke mensen hebben zich waarschijnlijk nog nooit voorgesteld hoe het écht is om dreumes te zijn. Elke keer nieuwe dingen om je heen, dingen die mogen, dingen die niet mogen, papa boos, papa blij, iets willen en niet kunnen uitleggen wat je wilt, afwachten tot papa doet wat je wil, iets willen maar het nog niet kunnen… en waarom, wáárom, staat die koektrommel toch altijd verder weg dan je arm lang is? De wereld is nog één grote chaos en iedereen verwacht maar van je dat je het snapt.
Dat snappen komt gelukkig wel. Tot nu toe viel vooral de motorische ontwikkeling van Karel op. Nu hij een dreumes is, wordt de cognitieve ontwikkeling steeds duidelijker: hij leert en snapt steeds meer. Dat gaat gepaard met trots maar ook – vaker – met veel frustraties. En dat is niet alleen vermoeiend voor de ouders: steeds vaker is Karel zo bekaf van het spelen en dreinen en proberen en de frustraties dat hij pardoes op mijn schouder in slaap valt.
Hoe zou Karel toch alles ervaren?
---
Enkele fragmenten uit een dag uit het leven van Karel
6:30
Wakker worden. Speen? Check. Muis? Check. Even heen en weer rollen met muis. Nu maar eens proberen te praten, zoals de grote mensen. Dan altijd even wachten tot de deur opengaat en mama binnenkomt. “Is daar iemand wakker?” Ha leuk, lachende mama – straks uit bed. Teruglachen.
7:00
Op weg naar beneden papa zien – hij heeft een baard van witte schuim. Niet snappen, maar toch maar wat lachen, want mama lacht ook. Beneden graag eten. Het duurt zo lang. Dorst ook. Huilen en mama aankijken. Wachten. Dan lekker pap. Op tafel staat de fles – naar de fles wijzen. Weer een lepel pap. Nee-schudden en nog eens naar de fles wijzen. Melk. Lekker bij mama op schoot.
7:45
Straks gaat mama weg. Zwaaien, want dat hoort als mama weg gaat. Papa en mama lachen. Mama is opeens weg. Huilen. Mama is er weer, met die lelijke groene jas aan. In papa’s armen naar beneden. Mama is weg. Ze zwaaien en zeggen ‘daaaaag’. Straks spelen met papa.
8:45
Graag op de gang lopen nu. Nu. Papa zit op de bank. Op de grond zitten en papa doet niks. Naar papa kruipen en aan zijn broek trekken. Papa doet niks. Door papa weer op de grond. Huilen. ‘Speel maar met de bal’ zegt papa. De bal een duw geven. Naar papa kruipen. Graag op de gang lopen.
9:00
Bij papa op de bank. Knuffelen, leuk. Nu op de gang lopen. Door papa op de bank lopen. Graag gang, niet bank. Papa vastpakken en huilen. Bij papa over de schouder. Richting de gang gaan. Leuke bril – vastpakken. ‘nee, niet doen’ zegt papa. Bril loslaten. Bril pakken. ‘Nee-ee’ zegt papa. Papa doet de bril af.
Op de gang. Lopen met papa. Hè hè…
*
17:45
Mama komt zo. ‘Mama’ zeggen. Papa lacht en zegt: ‘mama komt zo’. Honger. Ook moe. Papa was boos. Boos zijn.
18:00
Met papa op de gang lopen. Leuk. Ook kruipen. Een raar ding op de muur. Erheen kruipen. Kijken naar het geluid achter me…
Mama!
***
Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)





