Ik zal me eerst even voorstellen. Mijn naam is Pieter Brouwer. Ik heb een Marjolein en een Karel. De tweede is mijn zoontje, nu bijna vijf maanden. Na wat studeren, werken en weer studeren besloot ik vlak voor Karels geboorte mijn eigen bedrijfje op te richten – een tekstbureau met mij als enige werknemer.
“Mooi,” zei Marjolein, en vertrok naar haar werk, mij achterlatend met het kind. Hoezo, ondernemer? In de eerste plaats ben ik nu huisvader. Als Karel een keer slaapt of zelf speelt (beide komt nog niet zo heel vaak voor), dan ben ik ondernemer – of ik doe een dutje op de bank.
Het is best een gedoe, zo’n bureautje opzetten. Op een dag was het me na veel bloed, zweet en tranen eindelijk gelukt een Makro-pas aan te vragen. “Hèhè, klaar! Dat was een zware bevalling,” verzuchtte ik hardop, en bedacht me net te laat dat Marjolein op dat moment naast mij aan het thuiswerken was. U kunt zich de blik van haar niet voorstellen – tenzij u een vrouw bent, waarschijnlijk, die net zo’n (zware) bevalling heeft gehad als zij.
Natuurlijk is het vermoeiend: thuiswerken en huisvader zijn – als ouder zit je altijd in een toestand tussen behoorlijk moe en extreem moe. En de schilfers eczeem en uitgespuugde melk bedekken onze vloer en meubels, en mijzelf. Maar hoe moe en vies ik ook ben, als mijn zoontje me aankijkt, bij voorkeur nadat hij me heeft ondergespuugd, en zijn brede lach zich op zijn gezichtje aftekent, dan is alles weer vergeten en ben ik de gelukkigste vader die er is.
Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)





