Een van de eerste cadeaus die we kregen toen Karel was geboren, was een ‘babykalenderdagboek, met 128 stickertjes’. Het is een maandkalender waarbij twee stickervellen zitten met alle hoogtepunten erop. Gebeurt er iets bijzonders, dan kun je kijken of er een stickertje van is en deze opplakken. Is er geen stickertje, dan schrijf je gewoon op wat er is gebeurd.
Een half jaar is Karel nu – al een half jaar, pas een half jaar. Is het echt zo kort geleden dat we halsoverkop naar het ziekenhuis moesten, terwijl thuis nog de rommel en afwas stond van het familiekerstdiner? De familie had nog geholpen met het bed op klossen zetten, waarna ik grappend zei: “zo, nu mag-ie komen”. Mijn vrouw was net een dag met zwangerschapsverlof en ze geeft mij nog steeds de schuld dat Karel zo vroeg is gekomen.
Het eerste stickertje staat dus op 28 december: GEBOREN, met daarbij gepend ’21:33’. Meteen is wel een klein mankement van de kalender op die plek merkbaar. Dat ene stickertje vult de hele dag, zodat de stickertjes EERSTE PRIK en EERSTE SLOKJES er maar onder zijn geplakt. Rond de bevalling heb ik drie nachten niet geslapen van de spanning – alles gebeurt in een waas: je vrouw in helse pijnen, de aanwezigheid van een nieuw mensje dat ook nog op de een of andere manier van jou is maar vooral van zichzelf, véél bezoek… Op 31 december kwamen mijn vrouw en Karel uit het ziekenhuis, dus onze eerste nacht met z’n drietjes was de nacht van oud en nieuw. Maar ik geloof dat de symboliek ons ontging, doodsmoe en gelukkig als we waren. Vlak voor twaalf uur waren we samen bezig met de luier; wel hadden we Jip-en-Jannekewijn gekocht. Na het omluieren proostten we, klokten de ‘wijn’ achterover en vielen in slaap.
Ik zal niet alle stickertjes en geschreven opmerkingen langsgaan, al is het maar dat ik van al het bezoek uit moet leggen wie het zijn (als je een kind krijgt heb je op de een of andere manier opeens veel meer familie en vrienden dan daarvoor). Begin januari stond in het teken van Karel. Uh… nogal wiedes? Wat ik bedoel: we waren continu bezig met Karel. Hij was te vroeg geboren en was dus nog vrij zwak en officieel steeds te koud. Dat alles hield in dat hij fingerfeeding kreeg (melk met een vinger en spuitje in zijn mond doen), borstvoeding moest oefenen, na elke (spuit)luier moest worden getemperatuurd, en dat ik continu bezig was met het vullen van meerdere kruiken. En als we met alles klaar waren, begon de hele riedel weer opnieuw.
Op 3 januari: HIELPRIKJE. De dag erna: NAVELSTRENG ERAF (tijdens de zonsverduistering). En 7 januari: ‘voor het eerst een hele dag met z’n drietjes’. Ja, de kraamhulp was toen weg. Het was zeker noodzaak en ook gezellig: ze nam ons het nodige werk uit handen en leerde ons de gebruiksaanwijzingen van Karel. Maar toch was het ook heerlijk toen we eindelijk écht met ons drieën waren. Dan pas begint het door te schemeren dat je opeens een nieuw gezin vormt.
Nog een leuke, op 9 januari: HOUDT HOOFD OMHOOG en ‘leesclubbijeenkomst’. Wij zitten bij een leesclub en deze datum stond al. Plaats: bij ons (‘nog snel voor de bevalling’). We hebben het gewoon door laten gaan, en ik had zelfs een stukje voorbereid over H.P. Lovecraft, van wie we een verhaal hadden moeten lezen op mijn initiatief. Maar het was natuurlijk vooral een kraambezoek, vroeg twintigste-eeuwse horror of niet.
De dag erna, 10 januari, voor de EERSTE KEER NAAR BUITEN, op naar het consultatiebureau. Onderkoeld als hij bijna was, moesten we toch door de hevige kou met regen en wind. Het consultatiebureau is, zoals elke ouder weet, een apart verhaal – en dat zal ik hier niet vertellen. Maar nu Karel ook de buitenwereld had gezien, was hij figuurlijk uit ons huiselijke coconnetje gekropen, en begon de ontwikkeling in stickertjes pas echt goed.
De volgende keer kijk ik in een hogere versnelling naar de stickertjes tot een half jaar: bewegen, eten… en het probleem van het stickertjesplakken.
Pieter Brouwer, vader van Karel (28-12-2010)





