Toen Hugo werd geboren was het eerste wat de Nicaraguaanse artsen riepen “un chellito”! Een kleine blanke, een bleekscheetje! Ik weet nog dat ik dacht, “ja wat dacht je dan, anders had ik nog heel wat uit te leggen gehad...”
De Nica’s vinden het hilarisch, een bleekscheet die Nicaraguaan bij geboorte is. “Is hij echt Nicaraguaan?” vraagt de marktkoopman terwijl hij nieuwsgierig de wagen inkijkt naar Hugo’s rossige, bleke koppie. “Ja, 100% Nica” zeg ik inmiddels geroutineerd terug. Hij komt niet meer bij. Een Nica chellito!
Dat ik met Hugo’s geboorte niet 100% Nica ben geworden blijkt al snel. In de wachtkamer van de kinderarts stoten de overige dames elkaar aan en wijzen druk pratend naar Hugo’s voetjes. Wellicht verbazen ze zich er over hoe wit die zijn. Maar als we Hugo een tijdje later op Christian’s werk gaan tonen, blijkt dat we voorbij zijn gegaan aan een aantal ongeschreven baby-wetten.
Wij houden Hugo lekker koel, het is hier tenslotte al warm genoeg. Geen mutsjes, boxpakjes, dikke jasjes of sokjes, waarin we neefje Floris, die op het hoogtepunt van de Nederlandse winter ter wereld kwam, op elke toegezonden foto zien. Gewoon een lekker koel rompertje voor onze vent, we zitten tenslotte in de tropen. Christian krijgt echter de wind van voren van zijn vrouwelijke collega’s: “Een baby hoort warm aangekleed te zijn, ook al zijn we hier in de tropen. Hij moet in een dekentje gewikkeld, en nog belangrijker, hij moet sokken aan!” Sindsdien gaat er bij elk uitstapje buiten de deur een paar sokjes mee. Gewoon voor de show. Omdat ik geen zin heb in verwijtende blikken. En omdat ook ik me een onzekere jonge moeder kan voelen.
Maar er zijn nog meer baby-wetten te ontdekken. Zo wil ik als Hugo 1,5 maand oud is een wandelingetje maken. Immers, die Bugaboo wielen kunnen zelfs dit slechte wegdek aan. Kan ik eindelijk ook eens de parasol gebruiken. Ik ben nog geen kwartier onderweg of een opgeschoten tiener bemoeit zich er mee. “Wat gevaarlijk voor de baby, om buiten te zijn, met die felle zon en zoveel stof in de lucht”. Ik ben er nog van onder de indruk ook.
Je neemt je baby dus niet mee naar buiten als hij jong is. Ik besluit deze regel maar naast me neer te leggen. Echter, uit wandelen met Hugo ga ik niet meer. Want 2 dagen later is zijn oogje ontstoken…. Van het stof. Wandelen in een land waar afval gewoon nog in de goot wordt verbrand, en de meeste auto’s niet door een APK keuring van 1980 zouden komen, is misschien niet zo gezellig burgerlijk als ik me het had voorgesteld.
Als Hugo drie maanden is zit ik weer voor controle bij de kinderarts. Het droge seizoen in Nicaragua is aangebroken en ik heb het warm met het pakketje Hugo inclusief dekentje op mijn schoot. Maar ik heb mijn lesje wel geleerd; warm aankleden die baby’s! Een van de vrouwen die ons destijds zo bestudeerde is er weer. Ze komt naar me toe. “Wat is hij gegroeid!” zegt ze verheugd. “Ja”, zeg ik trots, “hij is al drie maanden”. “Ach, ja wat groeien ze hard”, zegt de dame. “Nu dat ze zo groot zijn houden ze er ook niet meer zo van om warm ingepakt te worden”, vervolgt ze, met een veelbetekende blik op Hugo’s inmiddels bezwete hoofdje onder de deken. Weer wat geleerd. Deze baby-wet geldt blijkbaar maar tot en met 3 maanden. Daar sluit ik me helemaal bij aan, en opgelucht verlos ik Hugo van zijn warme pak. En zijn sokjes.
Nadine (30 jaar, haar eerste zoon Hugo werd geboren op 25 oktober 2010 in Nicaragua, Centraal Amerika)





