Onderschatte ik de reis nou of ben ik zo’n watje? Het is de eerste keer dat ik met bolle buik 1200 km reis. En oké, ik had bij vertrek al een kort lontje. Maar rugpijn is niet fijn. Na uren autorijden heb je daar zelfs speciale termen voor. En eerlijk is eerlijk, hormonen maken je een ander mens. Ook tijdens vakanties. Hoe dan ook: Ik ging niet zonnig la douce France in.
De eerste uurtjes. Rob rijdt. Ik zit er suffig naast. Raf zit achterin ‘Finding Nemo’ te kijken. Plaspauze. Rijden maar weer. Rug begint te zeuren. Ik klaag niet. File op de Route de Soleil. Ach, hoort bij ‘t vakantiegevoel. Poeh. Het duurt wel lang. “Schatjuh. Ik begin mijn rug te voelen.” Stilte. “Raf, moet die dvd nou wéér aan?” We rijden weer. Dat doet de sfeer goed. We brainstormen over meisjesnamen en eten een krentebol.
Weer file? “Stomme Franse wegversmallingen” moppert Rob. We staan stil tussen de sleurhutten. “Hállo? De vakantie is toch voorbij?” Mijn irritatiegrens wordt bereikt wanneer mijn blaas wéér bijna ontploft. Waarom neem ik nooit plastuitjes mee voor geval van nood? Zou het niet hilarisch zijn om als zwangere vrouw wijdbeens naast de snelweg te staan plassen? Met je broek ’n stukje naar beneden achter. Nonchalant als een bouwvakker. De blikken van je filegenoten verzachten het leed. Geloof me.
Vooruit. Nog één keer Nemo aan en op naar de volgende pomp. Daar gaan we weer. De reis duurt langer dan verwacht. We hebben besloten te overnachten bij Willem en Hylke. Vrienden die toevallig kamperen bij Lyon, een dik uur rijden en op de route. Het is al half 10 en bijna donker. Raf moet fatsoenlijk kunnen slapen. En ik ook.
Na een heleboel slingerwegen door de bergen rijden we door pittoresque Franse dorpjes. We zijn in de middle of nowhere. Geen straatverlichting, geen kroeg, geen huis. Niks. Daar staan Willem en Hylke. Ze wachten onder een stel bomen die de entree moeten voorstellen van de camping. Raf is een half uur geleden ingedut. Het is 23.00 uur. We moeten de tent opzetten en ons nieuwe, 2 persoons luchtbed opblazen. Dan snel slapen. Ik hoop dat mijn rug meewerkt. En Raf.
Mijn vooroordelen over kamperen zet ik aan de kant. Een zacht bed. Hm. Ik doe er een moord voor. En och, het heeft wat romantisch. Een blije peuter springt rond van vreugde. Hij mag in een échte tent slapen. Tussen papa en mama in. Wat een feest.
Rob en Willem hebben de tent opgezet en het luchtbed opgepompt. Mooi. We slepen het luchtbed richting tent. Psjjjjsssst. Over een haring. K&*!!! Dat ze hier verdomme ook verlichting regelen. Een donderwolk drijft over mij. Dit is de grens. Klotekramperen. Willem haalt een reparatieset en het luchtbed lijkt gemaakt. Zucht. We zijn bekaf. Rob heeft een klein luchtbedje bijgeschoven. Plek zat zo.
Om een uur of 4 word ik wakker. Ik voel me gebroken. Lig ik nou op de grond? Het voedingskussen tussen mijn benen is het enige zachte dat ik voel. Rob en Raf liggen samen op het kleine luchtbed. Sound asleep. Ik draai met mijn billen. Ja hoor. Het luchtbed is leeggelopen. In he-mels-naam! Ik vloek inwendig. Dit doen we dus nóóóit meer. Mijn lieve, kalme Rob richt de auto opnieuw in en de stoel kan plat. Daar kan ik nog een paar uurtjes slapen.
Ik open mijn ogen. Auw. Stramme spieren. Het is koud. Wat zie ik door de voorruit van de auto? Regen?! Het waait keihard. Is dit nou zo’n geweldige ‘je lééft buiten met dat weer-de sfeer is zo relaxed- echt genieten met de kids’ vakantie in Zuid Frankrijk?!
Mijn humeur klaart op, net als ‘t weer. De zon verschijnt voorzichtig en ik hoor een klein ventje babbelen vanuit onze tent. Zijn zusje in de buik heeft er ook niks van geleden. Ze trappelt me zacht een goedemorgen.
Marion van Loon (gaat bevallen op 27 december 2010 van een dochtertje en moeder van zoontje Raf van bijna 3 jaar).
Lees meer columns van Marion van Loon.
Lees hier meer columns





