Mannen met witte broeken? Ik heb die combinatie nooit echt zo heel erg begrepen. Maar goed, het oog van mijn wederhelft wilde ook wat. Dus ben ik ooit overstag gegaan en heb zo’n hagelwit exemplaar aangeschaft. Kek rood bloesje erboven: ik was het meneertje. Wel een beetje oppassen waar je gaat zitten, maar da’s een ander verhaal. Wederhelft in ieder geval tevreden. Ik vond het allemaal ook wel aardig.
Tot ik van mijn vriendenclub de bijnaam Zorba de Griek toebedeeld kreeg. Dat heeft, zoals u ongetwijfeld zult begrijpen, buitengewoon weinig goed gedaan aan de ‘wittebroekdekkerrelatie’. Dat bloesje heb ik sindsdien enkel nog boven jeans gedragen. De witte broek was onmiddellijk bij het grof vuil gedumpt. Mijn vriendenclub ook, maar dat terzijde.
Waar ik heen wil met mijn verhaal? Ook baby’s hebben witte broeken aan. Specifieker: ook zoonlief Job heeft een witte broek aan. Het wordt nog erger: de beste man bezit niet één, nee zelfs twee witte broekexemplaren. Omdat dat hem zo schattig staat. Vindt mijn wederhelft. En tja, ook ik moet toegeven, Job kan het (wél) hebben. Extra voordeeltje daarbij? Een mannetje van negen maanden krijgt er weinig van mee, wanneer een 3-jarige ‘Hé Zorba!’ tegen hem begint te schreeuwen. Hij lacht alleen. Want Job lacht altijd. Het deert hem geen zier. En die witte broek? Die stond hem goed.
Voor de jaarlijkse ‘schoolfoto’ wordt de witte dus broek van stal gehaald. Lekker fel groen shirtje erboven, haar (lees: zeven stuks in getal) in de krul. Kortom, ouders uiterst enthousiast en tevreden over het uiterlijk vertoon van hun prachtige zoon.
Maar dan komt het. Het is ’s ochtends 7.04 uur. Bovengenoemd kledingvoorschrift is uitgevoerd, vrouwlief al naar het werk. Voorafgaand aan de prachtige wandeling naar de crèche, moet de vader natuurlijk eerst even snel een bammetje appelstroop voeren. Daar is overigens weinig voeren bij. Ons negen maanden oude knulletje wil die stukjes namelijk zelf (zeer eigenwijs, van wie zou hij dat toch hebben?) vastpakken en in zijn mondje stoppen. U voelt hem ongetwijfeld al aankomen. De coördinatie is deze prille ochtend namelijk nog net niet helemaal 100 procent zuiver. En witte broekjes van baby’s zijn heel erg snel smerig. Ik vertel de daaropvolgende 23 seconden dus ook maar even stapsgewijs: 1. Knuistje grijpt appelstroopstukje. 2. Mond wordt niet geheel gevonden. 3. Stukje boterham met appelstroop landt enigszins ongecontroleerd tegen babywang aan. 4. Met de andere hand wordt daar even snel in gewreven. 5. Stukje brood wordt, ook niet heel erg soepeltjes, van linkerhand naar rechterhand gewisseld. 6. Stukje brood haalt rechterhand net niet. 7. Stroopbroodblokje landt niet op slabbetje, wel op witte linkerbroekspijp. 8. Kind schreeuwt het uit want er is nog steeds geen stukje brood in z’n mond aanwezig. 9. Vader schreeuwt het ook uit. Enerzijds omdat die broek smerig is. Anderzijds omdat hij weet dat zoon Job nóg zo’n exemplaar in de kast heeft liggen. En die moet hij natuurlijk wél aan voor de schoolfoto. 10. Zorba stiefelt chagrijnig de trap op richting kledingkast van zoonlief. Hij grijpt ‘witte broek numero twee’, loopt terug naar beneden en doopt de rechterbroekspijp ervan met één soepele beweging in de appelstrooppot. Meteen daarna belt hij zijn vrouw voor een nieuw kledingadvies.





