Voorafgaand aan alle wedstrijden van het Nederlands elftal, hees ik het mannetje dan ook nog eens in een feloranje shirt. Weer een ritueel dat razendsnel geaccepteerd was. Hij zag namelijk dat ook vader zonder schaamte een oranje tricot aan trok, dus het was prima. Ik wees dan trots naar de geborduurde Nederlandse vlag op mijn korte mouw, hij deed hetzelfde bij ‘t prachtige minivlagje dat ter hoogte van z’n ranke borstpartij prijkte. Zoonlief was er trots op om de kleur van de voetbalnatie te dragen.
Vervolgens namen wij allebei een vuvuzela ter hand en bliezen er op los. In mijn geval was dat letterlijk blazen. Zoonlief was de eerste keer zo geschrokken van deze misthoorn dat hij per direct een aantal instant opkomende traantjes moest wegwerken. Tja, in ‘the heat of the moment’ verliest een vader zijn volle verstand wel eens.
Toen die tragiek achter de rug was, wilde de kleine Job ook lawaai maken. Niet blazen, maar brullen. Als hij door de tuit schreeuwde, deed hij en passant ook maar meteen een leeuw na. Als was hij een ware Oranje-supporter, zou je kunnen zeggen. Hij gromde het uit door één van de twee willekeurig gekozen openingen van ‘de voef’. ‘Waaahww! Waaahww!’ En het moment daarna, gierde hij het uit van het lachen.
Als het leeuwgeluid door de grote uitgang naar buiten werd geschreeuwd had het wat mij betreft het meeste effect. Dan kantelde hij de voef over zijn mond. ’t Apparaat werd net een diepe drinkbeker. Vervolgens verdween z’n gezicht praktisch achter de toeter. Z’n hoofd wentelde hij driftig heen en weer, z’n handjes hielden de voef stevig vast. Het apparaat kletste af en toe tegen tv of tafel, maar dat mocht de pret allemaal niet drukken. Als Job maar een leeuw na kon doen: ‘waaahww, waaahww!’. Een dergelijk standaard terugkerend procedé was wat mij betreft minstens zo leuk als alle voetbalwedstrijden van de oranje leeuwen bij elkaar. Maar dat terzijde.
Nog even over die voetbalfascinatie, die heeft Job zeker van z’n vader. Zo wordt er veelvuldig gewezen naar al het oranje dat hij ziet op straat. Amper twee jaar en nu al fan van ons nationale voetbalteam, het is erg mooi om te zien. Ook is hij gezegend met een fikse brok voetbaltalent. In tijdsbestek van een paar weken WK, trapt hij ballen ineens ferm van zich af (‘hou die fluuuuuwelen techniek van z’n ‘rechter’ in de gaten!’, zou Evert ten Napel wel zeggen). Grote kans dat ze hem over 20 jaar goed kunnen gebruiken om eindelijk ook eens écht wereldkampioen te worden. Zo niet, dan heeft hij in ieder geval de vuvuzela nog…





