De vakantie is voorbij. De hectiek van werken, wonen en huishouden is weer volop aanwezig. We zijn overgegaan tot de orde van de dag. Zoonlief schikt zich wederom perfect in zijn rol als ‘parttime opvangkindje’. Drie dagen per week brengt hij een bezoek aan de peutergroep van de lokale kinderopvanglocatie. Maar zijn ouders? Die mijmeren af en toe heimelijk terug naar die zomervakantie van 2010…
Want wat was die trip naar Italië toch prachtig. Wat hebben veel beleefd en wat gedroeg de dappere jongeling zich perfect. Verrasten we ons de ene keer over het engelengeduld dat hij tijdens lange autoritten opbracht, dan weer roemden we hem om het gemak waarop hij op al die onverwachtse vakantiegebeurtenissen reageerde. Vreemd eten werd negen van de tien keer blindelings geprobeerd. En dat hij het af en toe met een beteuterde blik en zo’n opkrullend onderlipje van zich af schoof, namen we dan voor lief.
Ook z’n flexibiliteit in nachtrust was verbazingwekkend. Moesten wij op een avond veel te lang op onze pasta wachten? Niet getreurd, Job entertainde de rest van de aanwezigen door kirrend van genot tussen de tafeltjes heen en weer te stiefelen. En toen wij een uur daarna naarstig op zoek waren naar het busje richting ons appartement, sliep hij als een hoogblond roosje in z’n kinderwagen.
Boodschappen doen? Ook daarvoor draaide zoonlief z’n hand niet om. Zo werden de Italiaanse broodjes iedere ochtend door hem afgerekend. Dat leverde in een kleine Italiaanse dorpje hilarische taferelen op. De dames van de plaatselijke panetteria stonden hem na een paar dagen al en masse toe te juichen in de deuropening: ‘Ciao! Piccolo, bello, bello, piccolo!’ U snapt: de knappe vader weleer wordt tegenwoordig steevast door alles en iedereen genegeerd. Zijn guitige zoon krijgt alle aandacht. Ach, laat ik hier eerlijk over zijn: ik heb die nieuwe rol inmiddels volledig kunnen accepteren.
Verder bleek de kleine dreumes over dezelfde organisatorische reistalenten als z’n moeder te beschikken. Bij onze weergaloze stedentrip in Rome bepaalde Job namelijk voortdurend welke kant hij op wilde. Een dergelijk heen en weer slingerend levend kompas is helemaal nieuw voor ouders die daar normaal gesproken juist zélf erg graag hun dwangmatige invloed op uit willen oefenen. Tijd is namelijk geld als je maar een beperkte periode in een stad vol toeristische trekpleisters bent.
Maar toen we nog geen paar secondes geconfronteerd waren met de verbinding ‘Rome vs. Job’, viel die tijdsdruk al van ons af. We lieten het allemaal begaan, Jobs wil was wet. Een aantal, dat dit perfect illustreert? De mannen die op iedere hoek van de straat een automatisch bellenblaasapparaat verkochten, waren z’n favoriete vreemdelingen. Hij moest dus steevast eventjes kennismaken. Andere keren rende hij zomaar zonder reden een binnenplaats over. Wij meteen achter hem aan. Want voor we het wisten, was de razendsnelle trippelaar verdwenen in de toeristenmenigte. Af en toe was hij zelfs zo bijdehand om de reisgids uitgebreid door te gaan bladeren. Om vervolgens willekeurig gekozen plekken aan te wijzen die hem wel wat leken. Gebouwen, kerken, andersoortige objecten, hij wees het allemaal aan.
Wij er naar toe. Bij de Fontana di Trevi: paard, paard! Bij het Piazza Venezia: paard, paard!! Bij schilderachtige smalle steegjes: broem broem, br’mmr, br’mmr, br’mmr! Bij kleurrijke speelgoedwinkels: ootoo, bal, bal, ootoo! We kwamen er gewoon niet onder uit. We moesten daarheen, waar zoonlief naartoe wilde. U zult begrijpen: het werd onze meest impulsieve vakantie ooit. Toegegeven: dat maakt de hectiek van werken, wonen en huishouden extra saai. Maar het verlangen naar de volgende vakantie des te groter.


