‘Papa, ikke vandaag vrij?’
‘Nee, Job, vandaag ga je naar de juffies.’
‘Oh, leuk, juffies, jeuh! Ikke naa mij werk!’
Zo maar het begin van zo maar een ochtend. Na verorberen van een broodje met Speculoos (dubbelgeklapt en vervolgens één keer doorgesneden, anders is meneer niet enthousiast genoeg over het visuele eindresultaat) trekt de immer enthousiaste zoon z’n jas aan. Hij heeft er zin in. De drie dagen kinderopvang per week zijn voor hem steevast feestjes. Al worden ze nu al beschouwd als werk…
‘Jij ook naa werk, papa?’
‘Jazeker.’
‘In Solle?’
‘Ja, in Zwolle.’
‘Oh, leuk. Ik ook naa mij werk. Bij juffies is mij werk.’
‘Papa, waa mij werktas?’
‘Je groene kikkertas staat onder de kapstok, Job.’
‘Oh ja! Ikke ’sien. Kikke-tas, mij werktas.’
‘Papa, kikke-tas op mij rug?’
‘Is goed, doen we. Zullen we gaan?’
‘Jaaa, jeuh! Naa juffies! Naa mij werk!’
U begrijpt, zoonlief heeft het er prima naar zijn zin op z’n werk. En het moet gezegd: het is toch een bijzondere manier om te kijken naar de kinderopvang. Werk voor kleine kindjes. Jobs visie is aan de andere kant wel logisch ook. Zijn groep doet veel activiteiten, ze leren, ze spelen, ze eten en drinken. Thuisgekomen gooit hij de groene werktas van zich af, hangt de jas netjes op, ploft uitgeput op de bank en nestelt zich voor de tv. Niet om het laatste nieuws bij het NOS-journaal van 18.00 uur te checken, maar om te kijken naar die eeuwige dvd van Bob de Bouwer. Of Kleine Rode Tractor of Little People. Eindelijk vrij en lekker rustig ontspannen. Na een harde dag werken. Wát een leven…
Dennis Dekker, vader van Job (11 augustus 2008)
Lees hier de andere columns van Dennis Dekker
Lees hier columns van andere columnisten





