Het is mooi weer, de lente is begonnen. ‘Time for a stroll’, zoals ze dat in Engeland zo prachtig plachten te zeggen. Wandelschoenen aan, zonnebril reinigen en op de neus plaatsen. Bandjes van de kinderwagen oppompen, de zoon lekker inpakken en lopen maar. Heerlijk.
Tijdens dergelijke lentetrips maak je af en toe echter ook de raarste dingen mee. Neem nu mijn laatste stroll. Na kilometers asfalt is zoonlief uiteraard een dutje gaan doen. Dat is soms nu eenmaal zo bij kleintjes. Die hebben nog geen oog voor de werkelijke schoonheid van de wereld. Die doen, mede door geruststellende en slaapverwekkende kinderwagentrillingen, liever de oogjes toe. Ach, geef hem eens ongelijk. Lekker laten slapen.
Sereniteit alom, kortom. Voor de vader en voor de zoon. Totdat er een, ietwat manisch ogende, vrouw op ons afkomt. ‘Aaaaaaaaaaah, wat leuk! Een kinderwagen! Ligt er iets in?’ Vooral die laatste zin, klinkt raar. Ik heb nog maar weinigen (mannen, vrouwen eveneens) met lege kinderwagens zien lopen. Hooguit bij de spreekwoordelijke Prénatals van deze wereld. Het woordje ‘iets’ irriteert me ook mateloos. Maar goed, dat alles even terzijde.
De vrouw, laten we haar voor het gemak Hysterische Hanna dopen, houdt ons staande. ‘Aaaaaaaaaaah, wat leuk! Mag ik kijken?’ Tuurlijk mag dat, vader is supertrots op zijn zoon, dus… De dame duwt de kap vervolgens, enigszins ruw, naar onderen. ‘Aaaaaaaaaaah, wat lief! Het is een meisje! Zeker weten! Dat zie ik altijd aan de handjes. Toch? Of niet meneer? Toch?? Toch????’
Hysterische Hanna grijpt zijn poezelige vingertjes vast en zwaaide ze ruw heen en weer. Als deze neurotische mevrouw naar de perfecte dresscode van ons aller Job had gekeken, dan had ze beter geweten. De coleur blauw voert de boventoon. Eveneens een kek spijkerjasje rond zijn afgetrainde torso gedrapeerd. Een stoer broekje (type laag model, kontzakken halverwege de billen, u weet wel) daaronder. Kán het nog duidelijker?
Inmiddels is zoonlief uiteraard wakker geworden. Wat wil je? Als er iemand zo bruusk met mijn handjes in de weer was, dan kon ik ook niet meer slapen. Hij begint lichtjes te sputteren en te protesteren. Zo ook zijn zuchtende vader overigens. ‘Nee mevrouw. Dit is Job. Job is mijn zoon. Job is geen dochter. En trouwens Job sliep. Zag u dat, niet? Job deed een dutje en was daarmee zichtbaar aan het genieten van deze wandeling. Job slaapt nu niet meer. Ziet u? En Jobs vader moet nu toch echt hééél erg nodig doorlopen. Verder gaan met deze prachtige wandeling. Want de lente is begonnen. Dag mevrouw. Daaaaag…’
Ik druk de Bugaboo krachtig van Hysterische Hanna af. Job lacht me vervolgens lief toe en na twintig seconden sluit hij zijn ogen weer. De manische vrouw is al weer vergeten, sereniteit alom. Enkel genieten van deze stroll. Net als papa.





