De eerste collega kom ik tegen in de lift. ‘Jeeeee....’ schatert de collega uit. En in gedachten maak ik de zin af: ‘wat ben jij lekker bruin geworden!!’
‘Wat ben jij gegroeid! Je bent echt zwanger, wat een buik, joh!’ tettert het in de lift.
Ik loop de lift uit en kom collega 2, 3, 4 en 5 tegen. Eerst handen schudden en zoenen, want ja, het is mijn verjaardag. Maar al snel staat mijn buik in het middelpunt.
‘Ja, je hebt eindelijk een buik! Dat werd wel eens tijd’ en ‘nou, het is echt te zien, hoor! Voor de vakantie nog niet, maar nu....zozeg!’
‘Ha bolle’ en daar is collega 6. Met als afsluiter: ‘Hé dikkerd’, van collega 7.
Ik vertel wat over onze vakantie en dat inderdaad na een paar dagen rust in de vakantie mijn buik erg groeide. Ik loop verder naar mijn kamer, waar mijn directe collega, nummer 8, een paar slingers ophangt. En na drie zoenen dwaalt zijn blik, ja hoor, richting mijn buik. ‘Zo, nu zie je je buik goed in de jurk!’
En daar volgt collega 9: ‘En het valt me op dat zwangere vrouwen ook van achteren wat zwaarder worden’. Zijn twee handen laat hij ter hoogte van zijn heupen uitwaaieren naar buiten. Ik merk dat ik wat onzeker wordt over de kleding die ik vandaag draag. Bestond er maar 13 weken zwangerschapverlof, dan kon ik vanaf nu thuis blijven en hoefde ik me niet meer te vertonen in het openbaar.
Oké, ik ben een beetje een pestkop. Ik plaag graag, vooral collega’s en nu word ik teruggeplaagd. En daarbij speelt dat de meeste mensen in onze omgeving, familie, vrienden en zeker mijn collega’s mijn zwangerschap nog niet verwacht hadden. Ik ben nou eenmaal geen babyfan. Ze huilen, poepen, kwijlen en zijn afhankelijk van je. Een jaar geleden was het tussen Peter en mij nog niet ter sprake gekomen. Als ik aan een baby dacht kreeg ik kriebels. Nee, geen kriebels van ‘wat wil ik graag een kind’, maar meer jeuk als van een allergische reactie. Tot we na de zomervakantie 2009 een gesprek over kinderen kregen en het rationele besluit namen ‘het te gaan proberen.’ We waren toch ‘alweer’ 30 jaar geworden...
Vanaf oktober was het dan zover. We gingen er voor en als het na de zomervakantie van 2010 toch eens raak zou zijn, dan zou het mooi zijn. Zo niet, dan zouden we gaan ’dokteren’. En als kinderen voor ons niet waren weggelegd dan hadden we altijd elkaar nog... en onze hond. 3,5 maand later zat ik met een positieve zwangerschapstest. Ik had niet eens gewacht tot Peter thuis was, want ik dacht dat het niet raak zou zijn.
Ik had nagedacht over dit moment. Wat zou ik dan voelen? Ik dacht dat ik in paniek zou raken, bang zou zijn mijn vrijheid te verliezen, onzeker zou worden over de opvoeding om nog maar niet te spreken over de bevalling. In plaats daarvan kwam er een gevoel van rust over mij heen. Het moest zo zijn. En dat gevoel ben ik tot op de dag van vandaag nog niet kwijtgeraakt.
Later op mijn eerste werkdag kom ik collega (inmiddels) nummer 32 tegen: ‘O, wat een schitterende buik heb je. Wat? 27 weken zwanger? Nou, je mag er trots op zijn, hoor!’ Ook de nummers 33 t/m 40 komen met soortgelijke opmerkingen. Ik ga er bijna van naast mijn schoenen lopen.
Als ik ’s middags rustig in overleg zit, voel ik de baby druk bewegen. En dan denk ik: ach, dikke buik, dik achterwerk, vooral mannen zien de negatieve veranderingen aan de buitenkant, maar zullen dit gevoel aan de binnenkant nooit meemaken. Ik hoop dat onze dochter dit gevoel ook ooit mag meemaken. Ik hou van mijn buik en natuurlijk van de inhoud ervan!
Angela Gijzel (31 jaar, 31 weken zwanger)
Lees meer columns van Angela Gijzel
Lees hier meer columns van andere columnisten





